top of page
ACS_logo
ACS Logo

ACS voor mannen  die seks hebben met mannen (MSM)

Per 31 december 2024 zijn sinds de start van de ACS in totaal 3.024 MSM geïncludeerd in het onderzoek. Elke drie tot zes maanden vullen deelnemers een vragenlijst in over hun medische voorgeschiedenis, seksueel gedrag en drugsgebruik, mentale gezondheid en zorggebruik. Daarnaast wordt bloed afgenomen voor diagnostische testen en voor opslag in de ACS-biobank.                                                                                                           

Van de 3.024 MSM leefden 608 al met hiv bij aanvang van het onderzoek en 267 werden tijdens de follow-up gediagnosticeerd met hiv.

De inclusiecriteria voor de Amsterdam Cohort Studies (ACS) zijn in de loop der tijd veranderd. In 1984–1985 kwamen mannen in aanmerking die in de voorafgaande zes maanden seksueel contact met een man hadden gehad, ongeacht hun hiv-status.

Tussen 1985 en 1988 konden alleen hiv-negatieve mannen van alle leeftijden deelnemen, die in of rond Amsterdam woonden en in de voorafgaande zes maanden ten minste twee mannelijke sekspartners hadden gehad. Tussen 1988 en 1998 werden ook MSM met hiv in het cohort opgenomen.

Tussen 1995 en 2004 kwamen alleen mannen van 30 jaar of jonger in aanmerking, die in de voorafgaande zes maanden ten minste één mannelijke sekspartner hadden gehad. Sinds 2005 kunnen hiv-negatieve mannen van alle leeftijden deelnemen aan de ACS, mits zij in Amsterdam wonen of een sterke band met de stad hebben en in de voorafgaande zes maanden ten minste één mannelijke sekspartner hebben gehad.

Op aanbeveling van de internationale adviesraas in 2013 richt het cohort zich nog steeds actief op de werving van jonge hiv-negatieve MSM (30 jaar of jonger).

Deelnemers die tijdens de follow-up in de ACS hiv opliepen, bleven tot 1999 in het cohort. Daarna werd de follow-up van een deel van de MSM met hiv overgedragen aan MC Jan van Goyen.

In 2003 werd het protocol HIV Research in Positive Individuals (Hiv Onderzoek onder Positieven, HOP) gestart. Personen met een recente hiv-infectie – zowel bij inclusie in de studie als tijdens de follow-up – blijven studiebezoeken afleggen bij de GGD Amsterdam of bij een hiv-behandelcentrum. Van deze deelnemers worden bloedmonsters opgeslagen en worden elke zes maanden gedragsgegevens verzameld. Klinische gegevens van deze deelnemers worden aangeleverd door Stichting HIV Monitoring.

In 2023 waren 664 deelnemers zonder hiv en 42 deelnemers met hiv in follow-up en hadden zij ten minste één studiebezoek in 2023 of 2024 gehad. De mediane leeftijd van actieve deelnemers was 47 jaar bij hun laatste studiebezoek. De meeste deelnemers waren in Nederland geboren en woonden in Amsterdam (respectievelijk 84% en 79%). In totaal had 80% van de deelnemers een hbo- of universitair diploma.

HIV incidence among men who have sex with men

HIV diagnoses

De waargenomen hiv-incidentie onder MSM die deelnemen aan de ACS is in de loop der tijd afgenomen. Tussen 1985 en 1993 daalde de incidentie aanzienlijk, waarna deze in de periode 1993–1996 stabiliseerde. Vervolgens nam de incidentie toe tussen 1996 en 2009. Vanaf 2009 daalde de hiv-incidentie opnieuw significant.

Verdere informatie over trends in seksueel gedrag en andere infecties zoals soa of SARS-CoV-2, staat in het ACS jaar rapport wat deel uitmaakt van het jaarlijkse monitoring rapport van Stichting hiv monitoring en in onze wetenschappelijke publicaties.

Amsterdam Cohort Study | Header image
bottom of page